De 12-jarige Kos woont samen met zijn vader en drie zussen in hun familiehotel aan zee. Als zijn vader onverwacht in het ziekenhuis belandt, en de schuldeisers voor de deur staan, staan de kinderen er alleen voor.
De kleine Lola Lachmann is een eenzaat. Dit heeft niets te maken met het feit dat zij alleen woont met haar moeder op een woonboot op de rivier, maar alles met de plotse verdwijning van haar vader. Zo weigert zij zich nog altijd te wassen in haar hals, omdat ze daar de laatste kus van haar vader wil bewaren. Daarnaast zoekt zij haar toevlucht tot een droomwereld. Maar dan volgt een grote schok: haar moeder heeft een nieuwe vriend en nu dreigt Lola's leven helemaal uit elkaar te vallen.
De neef van meester Eder, Ferdinand, duikt een dag na zijn dood op om zijn erfenis op te halen. Wat hij zich niet realiseert is dat zijn erfenis ook Pumuckl omvat. De kobold blijft al snel aan de lijmpot hangen en wordt zichtbaar voor Ferdinand. Hij heeft niets beters te doen dan zijn aardige buurman over de kabouter te vertellen. Dit zet een reeks turbulente gebeurtenissen in gang die eindigen met het tovenaarsechtpaar Magiaro die zaken probeert te doen met het wonderlijke kereltje in het circus.
Na de scheiding verhuist Klara met haar moeder naar een klein dorpje. De meeste meiden in Klara’s klas rijden paard. Om erbij te horen vertelt Klara dat ze heel goed kan paardrijden en schrijft ze zich in voor een wedstrijd. Alleen heeft ze nog nooit op een paard gezeten… Klara heeft geluk dat ze Jonte leert kennen. Ze wordt verliefd op Jonte en samen oefenen ze op het lelijke paard Star waar niemand wat in ziet. Maar Star is misschien wel lelijk, maar ook een echte Star!