1958. In het Friese dorpje Lenten, aan een groot meer, woont de tweeling Sietse en Hielke. De twee deugnieten staren vaak urenlang naar de schepen die voorbij varen. Wanneer hun vader, smid Klinkhamer, een boot op de kop kan tikken, komt de droom van de twee jongens uit. De sloep heeft echter nog geen motor. Wanneer Sietse en Hielke bij een verschrikkelijk onweer het leven van de dokter redden, krijgen ze een motor cadeau. Ze noemen hun nieuwe trots 'De Kameleon' en in hun speedboot vaart de tweeling allerlei avonturen tegemoet.
De 8 jaar oude Thomas weet het zeker: zijn denkbeeldige vriendje Tom bestaat écht. Hij voelt toch dat Tom in moeilijkheden zit en angstige avonturen beleeft in een kindertehuis? Maar hij moet voorzichtig zijn, want niemand gelooft hem. Zeker zijn vader niet, met wie hij na de dood van zijn moeder samen in Londen woont. Zijn vader wil dat hij zijn best doet op school en niet meer nadenkt of praat over Tom. Dat leidt alleen maar af! Maar na de zoveelste levensechte droom, gaat hij op zoek naar Tom en beleven ze allerlei komische en spannende avonturen. Ze komen zelfs terecht in een heuse ontvoeringszaak en de smokkelaars proberen hen met het vliegtuig het land uit te krijgen. Maar dat gaat zomaar niet.
Tibbe, beginnend journalist bij de Killendoornse Courant, staat op het punt om ontslagen te worden. Eigenlijk is hij te verlegen om en goede journalist te zijn, maar de hoofdredactrice geeft hem nog een kans. Terwijl Tibbe tobt waar hij een goed verhaal over kan schrijven, ontmoet hij de merkwaardige juffrouw Minoes. Zij is, naar zeggen, vroeger een kat geweest, en ze gedraagt zich inderdaad nogal katachtig: ze spint, ze geeft kopjes, ze slaapt bij voorkeur opgerold in een doos en kan met katten communiceren. Tibbe heeft eerst zo zijn twijfels over juffrouw Minoes, maar als zij hem, dankzij haar kattencontacten, aan het exclusieve nieuws helpt waarmee hij zijn baan kan behouden, besluit Tibbe haar als assistente aan te nemen.
De vondeling Mariken wordt door een kluizenaar wordt grootgebracht in het sprookjesachtige Waanwoud. Op een dag laat Mariken het woeste woud achter zich en trekt naar de stad om een geit te kopen. Onderweg ontmoet ze de raarste figuren: de enge Zwarte Weeuw, de gevangen Rattenjan, een troep vrolijke toneelspelers en een ijskoude gravin. Mariken, van niemand bang, is niet op haar mondje gevallen. Ze zegt altijd wat ze denkt en dat vindt niet iedereen even prettig.
Lang Leve de Koningin is een Nederlandse kinderfilm uit 1995 van Esmé Lammers, kleindochter van Max Euwe, met Tiba Tossijn in de hoofdrol als Sara en Monique van de Ven als de witte koningin uit het schaakspel. De film won in 1996 een Gouden Kalf voor beste lange speelfilm. De film gaat over een meisje, Sara, dat van haar zakgeld een schaakspel koopt van de vader van een vriendje.
De slimme, jonge Belle betreedt het kasteel van een mysterieus beest. Ze zag hem eerst als angstaanjagend en lelijk. Met hulp van zijn personeel leert ze dat ware schoonheid recht uit het hart komt. Toen zag Belle de waarheid: de man achter het monster.
Theo en Thea willen het sprookje van Sneeuwwitje op hun eigen wijze verfilmen. Daarbij gaan echter allerlei dingen mis. De grootste teleurstelling komt, wanneer de zanger Gerard Joling afzegt, die de rol van de Prins zou spelen. Er moet een nieuwe Prins worden gevonden. Door middel van een list wordt de beroemde zanger Marco Bakker gestrikt. Hij moet echter voor een optreden naar Oostenrijk. De filmploeg gaat met hem mee. In haar kasteel op de top van een Tiroolse (Tiroler?) Berg beraamt de machtswellustige Brigitta Berber snode plannen. Ze neemt Marco Bakker gevangen. Ze heeft hem namelijk nodig bij het ritueel, waarmee ze een toverkaas bereidt. Theo en Thea voltooien de opnamen voor hun Sneeuwwitje-film, maar zijn inmiddels ook in een ander spannend avontuur beland. Ze ontmaskeren het mysterie van het Tenenkaasimperium en redden daarmee de wereld.
Ciske is een jongetje met een grote mond en een klein hart, dat het beste probeert te maken van zijn leven in het Amsterdam van de jaren '30. Zijn vader is een echte schipper en is dus nooit thuis, en z'n moeder is een kreng. Ciske krijgt een aantal tegenslagen te verwerken.