Nederland telt ruim twee miljoen mensen met wortels in de voormalige kolonie Nederlands-Indië, waarvan ruim 300.000 na de Tweede Wereldoorlog noodgedwongen naar Nederland zijn gerepatrieerd. Voor Indische Nederlanders, Molukse gezinnen en Peranakan-Chinezen betekende het een nieuw begin in een land dat hen niet altijd met open armen ontving. Door middel van collage-animaties, muziek, 8mm-archiefbeelden en persoonlijke verhalen van bekende Indische Nederlanders zoals Yvonne Keuls, Adriaan van Dis en Wieteke van Dort – laat de film zien hoe zij een nieuw bestaan moesten opbouwen. Fotograaf Claude Vanheye toont zijn pad naar succes, een weg die allesbehalve geplaveid was, terwijl illustrator Thé Tjong-Khing het gevoel van ontheemd zijn benadrukt: hij voelt zich noch Chinees, noch Nederlander. De archiefbeelden illustreren het gevoel dat vele mensen met roots in Nederlands-Indië hebben: het gevoel tussen twee culturen te zijn geboren.
Dirigent Bernard Haitink noemde ze ooit ‘de republiek van het slagwerk’. Een portret van de slagwerk- en paukensectie van het Koninklijk Concertgebouworkest.
Albert en Sanne delen een huis met hun kat Figaro en kippen in de achtertuin. Maar hun grootste wens? Een kind. Wat een speelse en intieme reis zou moeten zijn, verandert in een strijdvol schema’s, frustraties en onzekerheden. Elke poging voelt als een moderne versie van de mythe van Sisyphus: telkens wanneer ze denken dichterbij hun droom te komen, rolt de steen weer naar beneden. Sanne wil praten over haar angsten en gevoelens, maar Albert–ingenieur in hart en nieren–gelooft alleen in wat bewezen is. En is praten wel een oplossing?