Een rechercheur wordt aan het werk gezet voor een vreemde zaak: een man die inbrak op het politiebureau en zei dat daar vanavond 7 mensen zouden sterven en dat alleen hij wist hoe hij ze kon redden. Hoe? Dat is wat de rechercheur geïntrigeerd maakt door wat deze mysterieuze indringer te zeggen heeft. Maar hij weet niet dat hoe meer hij dit verhaal onderzoekt, hoe groter het risico dat hij neemt.
Albert en Sanne delen een huis met hun kat Figaro en kippen in de achtertuin. Maar hun grootste wens? Een kind. Wat een speelse en intieme reis zou moeten zijn, verandert in een strijdvol schema’s, frustraties en onzekerheden. Elke poging voelt als een moderne versie van de mythe van Sisyphus: telkens wanneer ze denken dichterbij hun droom te komen, rolt de steen weer naar beneden. Sanne wil praten over haar angsten en gevoelens, maar Albert–ingenieur in hart en nieren–gelooft alleen in wat bewezen is. En is praten wel een oplossing?