Aan de rivier, achter de Drakenpoort dam, beweert grootmoeder Carpe dat er volgens haar voorouders het Paradijs is. Geleid door een zwaluw snelt een zwerm kleine karpers richting deze (zogenaamd) prachtige plek.
Professor Arronax en Ned Land ontmoeten kapitein Nemo, die onthult dat het zogenaamde zeemonster waarover hen is verteld eigenlijk zijn onderzeeër, de Nautilus, is.