Irish Tour '74 is een film die de artiest, zijn muziek, de periode en de plaat perfect op beeld zet. Gefilmd in januari 1974 tijdens Rory Gallaghers Irish Tour in Belfast Ulster Hall, Dublin Carlton Cinema and Cork City Hall. Geproduceerd door Tony Palmer
In zijn thuisstudio en het opnieuw bezoeken van oude trefpunten in Shepherds Bush en Battersea, opent Pete Townshend zijn hart en zijn persoonlijke archief om 'het laatste geweldige album dat The Who ooit heeft gemaakt' opnieuw te bezoeken, een album dat de volledige cirkel van The Who terugbracht naar hun vroegste dagen via de avonturen van een pil-knallende mod op een epische reis van zelfontdekking. Maar in 1973 was Quadrophenia een album dat er bijna nooit was. Geteisterd door geldproblemen, een studio in aanbouw, heroïne-gebruikende managers, een gestoorde drummer en een cultuur van zwaar drinken, nam Townshend een album op dat hem bijna brak en een album dat de band binnen een jaar de rug had toegekeerd en bijna drie decennia zou negeren. Bijdragen zijn onder meer: Pete Townshend, Roger Daltrey, Ethan Russell, Ron Nevison, Richard Barnes, Irish Jack Lyons, Bill Curbishley, John Woolf, Howie Edelson, Mark Kermode en Georgiana Steele Waller.
Last Game at Shea Stadium combineert interviews met spelers en artiesten met exclusief beeldmateriaal van de concerten van Billy Joel in 2008, het laatste vóór de sloop van het stadion.
Rusha is een jonge Joodse vrouw in Amsterdam in de periode tussen de twee wereldoorlogen. Haar verhaal, gebaseerd op echte getuigenissen en historische feiten, wordt verteld door brieven aan haar naar Nederlands-Indië geëmigreerde broer Max. In deze brieven beschrijft ze haar leven in de Jodenbuurt, haar familie en de veranderingen in de stad. De film verweeft archiefbeelden met Rusha's verhalen en schetst zo een kleurrijk en ontroerend portret van de Joodse gemeenschap in het interbellum. Van trotse diamantbewerkers, sjacherende handelaren en populaire cabaretiers tot sociale hervormers zoals wethouder De Miranda tot de ondernemers achter iconen als de Bijenkorf en Tuschinski, Nesjomme toont de rijke bijdrage van de Joodse gemeenschap aan Amsterdam.
Aan de hand van niet eerder gepubliceerde interviews, dagboekfragmenten, familiefilms en propagandafilms verhaalt De Propagandist over de opkomst en ondergang van de Nederlandse filmmaker Jan Teunissen (1898-1975). Als telg uit een rijke en invloedrijke familie kreeg Teunissen al vroeg de kans om zijn ambities als filmmaker na te jagen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog groeide hij uit tot de machtigste man in de Nederlandse filmindustrie. Als hoofd van de filmafdeling van de NSB en SS kreeg hij de bijnamen ‘de filmtsaar’ en ‘de Nederlandse Leni Riefenstahl’. Na de oorlog werd Teunissen vervolgd en gestraft, maar hij bleef trots spreken over zijn sluwheid en zijn banden met de elite van het naziregime.
Er lijkt geen einde te komen aan de dingen die Paolo kan leren van het verkennen van deze berg, die hij al enkele jaren als zijn thuis heeft gekozen. Soms voelt hij zich ook een geest en wordt Laki, zijn oude hond, zijn gids. Waar zal het hem heen brengen? Om Suzanne Simard te parafraseren: deze film gaat niet over hoe we de berg kunnen redden. Het gaat over hoe de berg ons kan redden.
De Whanganui Rivier in Aotearoa/Nieuw Zeeland kreeg in 2017 als eerste rivier ter wereld dezelfde rechten als de mens. Dit was het resultaat van een ruim 150 jaar lange juridische strijd van de Maori, die de rivier zien als hun voorouders, als een onverdeelbaar en spiritueel wezen. Ned Tapa, de Maori voogd van de rivier, nodigt de filmmakers, internationale watervertegenwoordigers en activisten uit op een vijfdaagse kanotocht op de indrukwekkende rivier. Terwijl rivier en reizigers organisch samenstromen, is er zowel lichtheid, humor, als ruimte voor heling van de echo’s van het koloniale verleden.
Averroès & Rosa Parks is vernoemd naar twee afdelingen van het Esquirol ziekenhuis die - net als de Adamant - deel uitmaken van de Parijse Centrale Psychiatrische Groep. Waar de kijker in Sur L’ Adamant kennismaakte met enkele cliënten en hulpverleners, toont Philibert nu individuele gesprekken en gesprekken tussen cliënten en hulpverleners. Rustig en zonder oordeel krijgen we mee wat hen bezighoudt, hoe hun traject eruitziet en de visie van de cliënten zelf over de psychiatrische zorg. Beetje bij beetje openen zij de deur naar hun wereld en zien we hoe er binnen deze instelling echt naar hen geluisterd wordt.