In het grensstadje Maeseyck, in een wereld die getroffen is door pest en honger, zijn er op het einde van de 18e eeuw overvallen van de ‘Bokkenrijders’ – een beruchte dievenbende die met bokken door de lucht zouden vliegen. Op de vooravond van de Franse Revolutie krijgen twee gerechtsdienaars de opdracht deze beruchte 'Bokkenrijdersbende' op te sporen. Onderweg krijgen ze te maken met bedrog, corruptie, verraad en uiteindelijk elkaar.
Johan Zuiderwijk woont met zijn gezin en vrienden in de wijk Bezuidenhout in Den Haag. Wanneer het bombardement in Rotterdam heeft plaatsgevonden en de oorlog uitzichtloos lijkt, besluiten ze samen een verzetsgroep op te zetten, ook omdat een van hen Joods is. De groep ontdekt dat de Duitsers in het Haagse bos raketinstallaties hebben geplaatst die gericht staan op Londen. Terwijl de verzetsgroep steeds meer risico neemt tijdens haar operaties, komt Johan erachter dat er onder hen een verrader aanwezig is en is vriendschap niet meer zo vanzelfsprekend. Ondertussen bereiden de Britten zich voor op het bombardement op het Haagse bos. Dat gaat uiteindelijk gruwelijk mis in de ochtend van 3 maart 1945.