In 1899, op Witte Zaterdag, werd een dood meisje, naaister Anežka Hrůzová, gevonden op de weg tussen de dorpen Věžnička en het kleine stadje Polna. Ze was negentien jaar oud. Ze had een snee in haar keel en bloedde waarschijnlijk. De moordenaar heeft geen seksueel geweld gepleegd. Het leek de plaatselijke artsen dat het gestold bloed op de plaats delict niet genoeg was, en op de vraag waar het 'ontbrekende' bloed was, werd onmiddellijk een snel antwoord gevonden: de Joden voegden het toe aan de matzah tijdens Pesach. Er was toevallig een potentiële moordenaar beschikbaar: een koppige en niet erg slimme jongeman Leopold Hilsner, een schnorer, een vagebond en een bedelaar...
'S avonds op weg naar huis wordt studente Susanne Meier vermoord en sexueel misbruikt.Ricki,een tweejarig jongetje was bij haar.Het kind is spoorloos,wanneer het lichaam van het verkrachte en vermoorde meisje wordt ontdekt. Thomas Berger,verslaggever, moet de zaak te onderzoeken voor zijn krant. Wanneer hij Karin ontmoet, de zus van het slachtoffer,komt hij er achter dat het slachtoffer en de dader elkaar kende.