Een jonge vrouw neemt een baan aan op een herfstkamp in het bos, maar als ze aankomt, blijkt dat alle kinderen op mysterieuze wijze verdwenen zijn. Maar als de avond valt, keren sommigen tot haar grote ontsteltenis terug.
Een wetenschapper creëert een tijdmachine en vermoordt zijn jongere zelf om te zien wat er zou gebeuren. En dat door zichzelf geobsedeerde, misantroop, gekke genie van een wetenschapper is Tim Travers. En het universum was al erg genoeg met slechts één van hem.
Het wordt de tijdreizigerparadox genoemd. Waarin een wetenschapper een tijdmachine maakt en zijn jongere zelf doodt. Dus nu bestaat een man die niet zou moeten – niet kan – bestaan, op de een of andere manier wel. Dat is de paradox, en paradoxen zijn onmogelijk.