In het afgelegen Santiago del Estero in Noord-Argentinië, worstelt de jonge Nino met zijn identiteit en de homofobe houding in zijn buurt. Zijn ouders, op zoek naar een veiliger omgeving, besluiten de familie tijdelijk naar het platteland te verhuizen. Daar, ver van de stedelijke onrust, vindt Nino zichzelf terug in de diepten van een mysterieus bos, dat volgens lokale legendes wordt achtervolgd door de Almamula, een angstaanjagend wezen dat personen straft die zich overgeven aan vleselijke zonden. In de verstikkende hitte van de zomer, waar realiteit en dromen elkaar vervagen, verdwijnt plotseling een jongen uit het dorp. Geruchten en angst verspreiden zich snel, en de lokale bevolking fluistert over het monster. Voor Nino, gevangen tussen de repressieve realiteit en zijn ontluikende verlangens, wordt het bos een plaats van ontsnapping. Het biedt hem niet alleen een toevluchtsoord van de giftige sfeer thuis, maar wekt ook zijn diepste impulsen en nieuwsgierigheden.
Als zijn broer plotseling verdwijnt, keert Lawrence Talbot terug naar het huis van zijn vader John, dankzij Gwen Conliffe, de verloofde van zijn broer. Lawrence besluit te helpen om zijn broer te vinden. Maar als hij oog in oog komt te staan met de verantwoordelijke, een weerwolf, wordt hij gebeten en dus ook getroffen door deze gruwelijke vloek.
Nadat in het jaar 2145 een gruwelijk ongeluk, als gevolg van een experiment, in de basis Phobos heeft plaatsgevonden, moet een groep mariniers strijden tegen de monsters die als gevolg daarvan de basis zijn binnengedrongen.
Het jaar is 1799 en we maken kennis met het buitenbeentje Ichabod Crane. Hij kijkt volop uit naar de nieuwe eeuw en probeert zijn werk als New Yorks agent objectief en wetenschappelijk uit te voeren.