Julia is een eenzaam pleegkind. Ze treft op kerstavond een gewond konijn aan en sluit een onverwachte vriendschap met een excentrieke boerenvrouw, die het konijn onder haar hoede neemt. Ondertussen weet Julia een band te krijgen met haar pleeggezin, waardoor het een stuk beter met haar gaat.
Een prinses laat haar gouden bal in een bron vallen. Een lieve kikker wil hem er graag uithalen, in ruil voor vriendschap. De prinses vergeet echter haar belofte. Wanneer de kikker terugkomt, blijkt het geen lelijke kikker te zijn, maar een knappe prins...
Terwijl de winter plaatsmaakt voor de lente in de Russische wildernis, verdrijft een sluwe vos prompt een weerloze haas uit zijn warme, comfortabele verblijf, eist het huis voor zichzelf op en laat de arme eigenaar buiten onder de sterren slapen. Een hele reeks medelevende dieren – een wolf, een beer, een stier – krijgen medelijden met de ontmoedigde haas en proberen de sluwe vos te verdrijven, maar het mocht niet baten. Er komt een hilarisch militante haan aan, trots en vasthoudend, die het huis van de haas binnen marcheert en niet opgeeft totdat de vos terug de wildernis in is gejaagd.
Julien, een jongen in de zesde klas, was zwaar depressief door de scheiding van zijn ouders. Maar hij ontdekte al snel dat de helft van de klas uit gebroken gezinnen kwam.
Één magische dag per jaar komen alle teddyberen in de wereld tot leven, en verzamelen ze zich in het bos voor eten, plezier en spelletjes. Tijdens één zo'n dag krijgt een treurig, klein meisje een speciale blik op deze vreugdevolle gebeurtenis, dankzij de hulp van twee warmhartige teddyberen.
Het verhaal begint in 1811, Napoleon is druk bezig met de voorbereidingen voor een invasie in Rusland als hij overvallen wordt door een enorme kiespijnaanval. De rondreizende kwakzalver Professor Pasdupain (alias Fred van der Zee) is bezig geld te verdienen onder het mom van tandarts. Intussen krijgt de kolonel van een plaatselijk gelegen kasteel een brief van het hof uit Parijs dat er een roodharige belastinginspecteur onderweg is. Fred van der Zee wordt, net voor hij in de herberg in elkaar wordt gemept, aangezien voor de inspecteur. Hij wordt gered en naar het kasteel van de kolonel gebracht. Nadat hij begrijpt dat hij voor een inspecteur wordt aangezien, besluit hij in zijn rol te blijven en profiteert van de luxe. Als de ware aard achter Van der Zee wordt ontdekt, wordt hij hardhandig het kasteel uitgejaagd. Eenmaal bij de plaatselijk opgezette kermis ontmoet Fred van der Zee Napoleon en weet zijn kies te trekken waarop Napoleon hem tot boezemvriend uitroept.