Maya Mcmanus Ronen's debuutfilm concentreert zich op het verkennen van het leven in de kibboets van Neot Smadar. Deze kibboets werd opnieuw opgericht door een groep gelijkgestemde individuen die Jeruzalem verlieten en besloten een coöperatieve en horizontaal gestructureerde gemeenschap op te bouwen. Elke paar jaar vindt hier een belangrijke gebeurtenis plaats: bewoners ruilen van huis met elkaar. Uniek is dat niemand vooraf weet welk huis hij of zij krijgt. De film van Maya Ronen is een poging om een kijkje te nemen in het onconventionele leven van deze gemeenschap, de regels te begrijpen waar zij naar leeft, en zich te verdiepen in de fijne kneepjes van het reguliere ritueel van huizenruil.
Preventie speelt een steeds grotere rol in de geestelijke gezondheidszorg. In plaats van te genezen, proberen we mentale problemen in toenemende mate te voorkomen, onder meer door enorme hoeveelheden data te verzamelen. In Als de nacht maar niet valt wordt deze ontwikkeling tegen het licht gehouden. Worden we inderdaad gelukkiger wanneer we helemaal geen tegenslag, geen onzekerheid en imperfectie ervaren?
Albert en Sanne delen een huis met hun kat Figaro en kippen in de achtertuin. Maar hun grootste wens? Een kind. Wat een speelse en intieme reis zou moeten zijn, verandert in een strijdvol schema’s, frustraties en onzekerheden. Elke poging voelt als een moderne versie van de mythe van Sisyphus: telkens wanneer ze denken dichterbij hun droom te komen, rolt de steen weer naar beneden. Sanne wil praten over haar angsten en gevoelens, maar Albert–ingenieur in hart en nieren–gelooft alleen in wat bewezen is. En is praten wel een oplossing?