Rupert Beer maakt een wandeling in de heuvels vlakbij zijn huis, waar hij een gemeenschap van kikkers tegenkomt die samen een muzikaal spektakel organiseren.
De dam waar Duimelijntje en haar vader wonen, breekt door het stijgende water in de nabijgelegen vijver. Vader is bang dat wanneer de lente aanbreekt, de smeltende sneeuw het water hoger dan ooit zal laten stijgen, waardoor de dam zal barsten en het water over de weide zal stromen, waardoor de kleine mensen die daar wonen zullen verdrinken. Vader gelooft dat hij te oud is om op reis te gaan om de prins te vinden en hem en zijn volk te waarschuwen, dus vraagt hij zijn dochter om in plaats daarvan te gaan. Duimelijntje is het daarmee eens, maar tijdens haar reis ontmoet ze een groot aantal karakters, zowel goede als kwade. Voor iemand die niet groter is dan de duim van een mens, zal het omgaan met de kwade bedoelingen van Mona, een hebzuchtige muis, een grote uitdaging blijken te zijn.
Kleine Joe is erg blij als zijn vader hem een pasgeboren veulen geeft. 'Black Beauty', zoals de jongen het dier noemt, groeit uit tot een prachtige hengst, maar aan de vriendschap tussen hem en de jongen komt abrupt een einde als het paard en de boerderij verkocht moeten worden. Jaren later, nadat 'Black Beauty' door vele handen is gegaan, kan de puber Joe hem met de hulp van een rijke weldoener van een bitter einde als gehavend trekpaard redden.
Wanneer Lady Pagwell juist voor haar dood een aanzienlijk bedrag nalaat vanwege haar overleden echtgenoot om de plaatselijke uitvinders te financieren, kan dit het einde betekenen van Professor Branestawm’s geldproblemen.