Een moeder gaat met haar melancholische zoon op pelgrimstocht om troost te zoeken bij het Madonna-beeld en probeert daarmee het gebroken hart van de zoon te genezen.
Een jongeman wordt door een klein dorp tot dominee gekozen. Als onderdeel van zijn taken moet hij trouwen met de weduwe van de predikant vóór hem. Dit levert twee problemen op: ten eerste is de weduwe oud genoeg om zijn grootmoeder te zijn, en ten tweede is hij al verloofd met een andere vrouw.
De actie vindt plaats in IJsland, in het midden van de 19e eeuw. Kári vindt werk bij de rijke weduwe Halla. Ze worden snel verliefd. Op een dag herkent een man Kári: hij is in feite Eyvind, een dief op de vlucht. Eyvind vlucht de bergen in, waar hij al snel gezelschap krijgt van Halla. Ze hebben een kind en leven gelukkig tot de dag dat Arnes, een oude vriend van Eyvind, verschijnt...