Mr. K is een rondreizende illusionist, die verstrikt raakt in een Kafkaëske nachtmerrie wanneer hij na een nacht in een hotel te hebben doorgebracht de uitgang niet kan vinden. Zijn verwoede ontsnappingspogingen sleuren hem alleen maar dieper de mysterieuze wereld van het hotel in, waar hij geconfronteerd wordt met vreemde bewoners en onverklaarbare gebeurtenissen.
De wereld lijkt ten einde te lopen en wemelt van de overblijfselen van menselijke aanwezigheid. Cat is een solitair dier, maar omdat zijn thuis wordt verwoest door een grote overstroming, vindt hij onderdak op een boot die wordt bevolkt door verschillende soorten, en zal hij ondanks hun verschillen met hen moeten samenwerken. In de eenzame boot die door mystieke overstroomde landschappen vaart, navigeren ze door de uitdagingen en gevaren van aanpassing aan deze nieuwe wereld.
In plaats van zichzelf te redden van een zeldzame bloedziekte, verandert biochemicus Michael Morbius zichzelf in een soort van vampier, met de bijbehorende dorst naar bloed. Morbius walgt van zijn eigen bloedlust, en daarom gaat hij op zoek naar criminelen waarvan hij vindt dat ze onwaardig leven. In de wereld van Spider-Man.
Popelka, een vindingrijk en onafhankelijk jong meisje, is bediende in het huis van haar stiefmoeder en neemt haar beste vriend, de uil, in vertrouwen. Als ze drie magische eikels tegenkomt, mag ze voor elk ervan één wens vervullen.
Sue is gek op superheldenstrips, maar ze had nooit gedacht dat ze zelf superkrachten zou hebben.
Na een ongeluk in het laboratorium van haar moeder kan ze zomaar onzichtbaar worden. Als haar moeder ook nog door gevaarlijke schurken wordt ontvoerd, moet Sue samen met haar nieuwe vrienden Tobi en App in actie komen.
Alles begint op Sicilië, de dag dat Tonio, de zoon van Léonce, de koning der beren, wordt gekidnapt door jagers... Koning Léonce maakt gebruik van de strengheid van de winter die zijn volk bedreigt met hongersnood en besluit te vertrekken op zoektocht naar Tonio.
Het kind van de Gruffalo gaat op zoek naar de Grote Gevaarlijke Muis. Haar vader heeft verteld hoe dat monster eruitziet: hij heeft vurige ogen, een lange geschubde staart en een snor zo hard als ijzerdraad. Maar wie ze ook tegenkomt - geen Grote Gevaarlijke Muis. Zou hij eigenlijk wel bestaan?
Een oud bestand tussen het mensenrijk en een veel ouder ras van mythische wezens staat op het punt verbroken te worden. De verbannen prins Nuada wil de mensheid uit de wegruimen om zo plaats te maken voor de wezens die nu in verschuiling moeten leven. Het is aan Hellboy om Nuada te stoppen voordat hij het allesvernietigende Gouden Leger kan wekken. Samen met een team van het Bureau voor Paranormaal Onderzoek en Defensie, met onder meer zijn pyrokinetische vriendin Liz, de aquatische empatholoog Abe en de protoplastische mysticus Johann wordt er heen en weer gependeld tussen beide werelden.
Op een mooie dag komt een klein rood kraanwagentje onder de poort van de Petteflet doorrijden met aan het stuur een jongetje van een jaar of acht. Het is Pluk en hij is op zoek naar een huisje om in te wonen. Dollie de duif vertelt hem dat het torenkamertje bovenop de Petteflet leegstaat. In de Petteflet leert Pluk een aantal flatbewoners en hun problemen kennen. Zoals mevrouw Helderder met haar dochter Aagje, meneer Pen van het winkeltje onder in de flat en vader Stamper met zijn vijf zoontjes. Pluk ontdekt dat de Torteltuin vernietigd gaat worden, waardoor alle huisjes van de dieren ook zullen verdwijnen. Pluk bedenkt een plan om de Torteltuin te redden, maar lukt dit hem ook?
In de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog zoeken de Nazi's hun toevlucht tot zwarte magie om hun verloren zaak nog te redden. De Geallieerden bestormen het kamp waar de ceremonie plaats vindt, maar niet voordat de demoon Hellboy opgeroepen is. Wanneer Hellboy opgroeit besluit hij zijn krachten te gebruiken voor het bestrijden van het kwaad.
Tibbe, beginnend journalist bij de Killendoornse Courant, staat op het punt om ontslagen te worden. Eigenlijk is hij te verlegen om en goede journalist te zijn, maar de hoofdredactrice geeft hem nog een kans. Terwijl Tibbe tobt waar hij een goed verhaal over kan schrijven, ontmoet hij de merkwaardige juffrouw Minoes. Zij is, naar zeggen, vroeger een kat geweest, en ze gedraagt zich inderdaad nogal katachtig: ze spint, ze geeft kopjes, ze slaapt bij voorkeur opgerold in een doos en kan met katten communiceren. Tibbe heeft eerst zo zijn twijfels over juffrouw Minoes, maar als zij hem, dankzij haar kattencontacten, aan het exclusieve nieuws helpt waarmee hij zijn baan kan behouden, besluit Tibbe haar als assistente aan te nemen.
George Little is in de wolken: zijn ouders hebben besloten een broertje te adopteren. In het weeshuis bezwijken Mr. en Mrs. Little echter voor de charmes van een witte muis. Ze adopteren het beestje en dopen het Stuart. George is ontgoocheld met zijn nieuwe vriendje. Snowbell, de angorakater van het gezin, ziet Stuart wel zitten en beraamt met de katten uit de buurt een duivels plan om voorgoed met hem af te rekenen.