Nate Burns wordt na een zwaar leven in Baltimore het nieuwe hoofd van de politie in het dorpje Lunacy in Alaska. Het is een plaatsje met maar vijfhonderd mensen, dat afgesloten raakt van de buitenwereld bij elke sneeuwstorm. Hij leert er de meest uiteenlopende karakters kennen en wil een zestien jaar oud dossier van een moord op een bergbeklimmer van onder het stof halen. Hij krijgt echter flink wat tegenwind van enkele inwoners, onder meer van Meg, de dochter van het slachtoffer.
De zingende, rijmende burgers van Hamelen hopen een wedstrijd met rivaliserende steden om koninklijke erkenning te winnen. Daartoe verbiedt de burgemeester het spelen (wat een beetje moeilijk is voor de kinderen) en weigert hij een rivaliserende stad te helpen als deze onder water staat. Maar ratten (die alleen als schaduwen worden gezien), op de vlucht voor de vloed, vallen Hamelen in groten getale binnen; een magische doedelzakspeler, wiens muziek alleen kinderen (en ratten) kunnen horen, sluit een koopje... waar de burgemeester en de gemeenteraad, zodra de ratten weg zijn, van afzien, tot hun spijt.