De 73-jarige Manolo is een eigentijdse Don Quichot: een aan grootsheidswaanzin lijdende romanticus. Hij trekt vergezeld door zijn Sancho Panza, de (zwijgzame) ezel Gorrion, door de Andalusische heuvels.
Een arme man, vader van een jong kind, wil dat zijn nakomelingen een Kerstmis beleven zoals ieder kind verdient. Hij heeft geen cent. Uit liefde voor zijn kind pleegt hij een inbraak.